(door Hanny Sinkeldam-Buschmann)
(Voor het eerste deel werd ook gebruik gemaakt van het verslag "25 jaar genealogisch onderzoek")
Veertig jaar ergens mee bezig zijn is een lange tijd. Het afsluiten van een dergelijke periode is een goede gelegenheid
even bij de zin er van stil te staan, waarom begin je er aan? Weet je van tevoren waar je aan begint? Nee, dat wil zeggen, ik wist het niet. Ik wist
niet dat ik er na een paar jaar nog niet mee klaar zou zijn, ik wist niet dat het me zo helemaal in beslag zou gaan nemen. Ik wist eerst ook niet hoe
het moest. Ik kende geen mensen die er mee bezig waren. Ik wist niet dat het beoefenen van genealogie een verslavende werking heeft. Nu weet ik dat
wel. Een leven zonder genealogie kan ik me gewoon niet meer voorstellen.
Ieder mens is een optelsom van alle voorgaande generaties. Elke generatie voorouders is vergelijkbaar met een keten: als er een schakel zou hebben
ontbroken was hij niet compleet en zou ik hier nu niet aan mijn computer hebben gezeten.
In dit verslag van vijfentwintig jaar kunt u lezen hoe ik er aan begon. Misschien was het niet het ideale begin, maar van je fouten leer je. U zou het
ongetwijfeld heel anders hebben gedaan. Voor mij is het echter vanaf het begin een bron van plezier geweest.
Toen we op zondag 23 februari 1980 bij elkaar waren om de verjaardag van mijn moeder te vieren, raakten we aan de praat over onze voorouders. Het
interesseerde me erg. Waar kwam bijvoorbeeld mijn overgrootvader Weiert Fokke Buschmann vandaan? Zijn zoon, mijn grootvader,
werd in Amsterdam geboren. Maar kwamen ze oorspronkelijk niet uit Duitsland? Een interessante gedachte, maar hoe zou je daar ooit achter kunnen komen?
Wat de voorouders van mijn moeder betreft: dat waren allemaal Zaankanters. Althans, dat dacht ik toen. Ik had niet het idee dat er interessante dingen
aan het licht zouden komen, maar wie weet. Graag wilde ik meer over al die voorouders te weten komen, ook over Gijsbertha Sophia van
Ewijk, de echtgenote van Weiert Fokke Buschmann, die van rijke afkomst scheen te zijn. Vele spannende verhalen gingen in de familie de ronde, die
het stuk voor stuk waard waren er een onderzoek naar in te stellen.
Ik had er geen flauw idee van hoe je dit alles moest uitzoeken, maar het leek me een goed idee maar eens te beginnen met het schrijven van een paar
brieven naar instanties als het gemeentehuis. Twee dagen later, op 25 februari, schreef ik er vier, maar de brief bestemd voor het gemeentehuis
te Graft hield ik nog even vast. Waarom ik dat deed kan ik me niet meer herinneren.
0p 10 maart kreeg ik een brief uit Amsterdam en nooit zal ik het gevoel van opwinding vergeten dat mij doorstroomde toen ik las wat er in stond. Het
eerste wat opviel was dat de puntjes boven de "u" ontbraken. Mijn vader zei dat ze die altijd vergaten, maar dat ze er toch echt op hoorden te staan.
Het onderzoek geschiedde aanvankelijk dus schriftelijk en het kostte me een kapitaal. Maar als je beslist iets wilt weten moet je er toch wat voor over
hebben, dacht ik. Achteraf gezien was het natuurlijk beter geweest als ik mij eerst wat had georiënteerd op de verschillende mogelijkheden. Dat zou
me heel wat geld hebben bespaard! De gedachte om dat te doen is toen jammer genoeg niet bij me opgekomen.
Toen ik in april 1981 een brief van een genealogisch onderzoeker ontving (namens het Rijksarchief te Haarlem) en daarin las dat Dirk Sinkeldam uit de Beemster kwam, besloot ik nu zelf maar eens op onderzoek uit te gaan. Tenslotte woon ik zelf in de Beemster. Dus fietste ik een paar dagen later naar het gemeentehuis in Middenbeemster, waar men mij echter meteen naar het Streekarchief Waterland te Purmerend verwees, want van de periode voor 1811 bleek men daar niets meer te hebben.
Al gauw maakte ik kennis met "het archief". Zeker tweemaal per week was ik er te vinden en ik blunderde eens door een dame, die tegenover mij zat, te vragen wat een kwartierstaat wel was. Dat hoorde ik toch zeker te weten? Meneer Van de B. (hij werkte daar) was altijd bereid te helpen. Als ik iets niet wist vertelde hij me wat ik het beste kon doen. Stapels boeken uit Burgelijke Stand en Bevolkingsregister haalde hij uit de kluis, waarin ik naar hartelust kon "spitten".
0p een dag werd ik opgebeld door een goede kennis van mij. Ze vroeg of ik soms die mevr. Sinkeldam was die vaak in het archief kwam. Ik kon dat alleen maar met "ja" beantwoorden en daarna hadden we zeer veel te bepraten. We wisten het niet van elkaar! Ze gaf me veel nuttige tips en liet me de Gens Nostra zien, het blad van de Nederlandse Genealogische Vereniging. Voor mij betekende dat meteen het lidmaatschap van de vereniging.
Meneer Van de B. werd ziek. Wat hem precies mankeerde weet ik niet. Omdat zijn afwezigheid echter nogal lang duurde vroeg ik aan de archivaris of ik misschien zijn adres zou mogen hebben, want ik wilde hem graag een kaartje sturen. Het adres kreeg ik en ik deed wat ik van plan was. Een paar dagen daarna las ik in de krant (NNC van woensdag 26 september 1984) een artikel dat op hem betrekking had: "Slachtoffer van aanvallers: Landsmeerder zwaar gewond in Vliegenbos". In de daaropvolgende dagen werd eveneens aandacht besteed aan deze zaak: "Overval in Vliegenbos: Landsmeerder overleden na mishandeling", "Drie hoofddaders geven neerslaan Van der B. toe" en op 3 oktober: Acht jongeren in arrest wegens dood Landsmeerder". Misschien was mijn kaart wel de laatste die hij kreeg.
Het heeft me toen erg aangegrepen. Vaak, als ik later in het archief te Purmerend was, gingen mijn gedachten terug naar die tijd, waarin hij achter zijn bureau zat. Sindsdien is er veel veranderd: de Burgelijke Stand werd gefotokopieerd, het Bevolkingsregister kwam op microfiches te staan en er kwamen leesapparaten. Inmiddels alweer ruime tijd geleden verhuisde het archief naar een ander gebouw.
De eerste paar bezoeken aan het Rijksarchief te Haarlem bracht ik samen met mijn vader. We reden er met de auto naar toe en besteedden de dag aan het bekijken van vooral overlijdensakten en huwelijksbijlagen. Die kon je toen nog zo aanvragen. Tegenwoordig staat alles op microfilm of op fiches, afhankelijk van waar je heen gaat. Tussen de middag aten we ons brood op in de auto. Wat waren dat een fijne dagen!
Op een keer (wanneer dat precies was zou ik niet met zekerheid durven zeggen, waarschijnlijk was het eind 1984) vonden we de overlijdensakte van Jannetje Loon. Ze overleed te Zaandijk op 4 juli 1836. Nooit zal ik het gevoel vergeten dat mij overviel toen ik de naam van haar moeder las: Neeltje Brederode. Zo'n naam prikkelt je fantasie enorm!
In de bibliotheek te Purmerend leende ik een boek over middeleeuwse kastelen van Noord-Holland en zocht daar naar de Brederode-geschiedenis. Die vond ik wel, maar er lagen nog wel een paar eeuwen tussen! Ik had er niet zo veel aan. Mijn nieuwsgierigheid was echter gewekt en ik ging stug door. Inmiddels was ik al in de DTB-registers aangeland.
Pas toen ik het register op jaargangen van Gens Nostra t/m 1980 bekeek vond ik een spoor: een verwijzing naar jaargang 1968. En dat bleek het Karel de Grote-nummer te zijn. Ook de Gens Nostra van februari 1985 verwees daarnaar. Ik voelde me de koning te rijk! Al in september kregen mijn ouders, broer en zus de gegevens betreffende het voorgeslacht van Neeltje Hendriks Brederode uitgetypt en gekopieerd gepresenteerd. Wie had ooit kunnen denken dat juist aan mijn moeders kant zulke interessante voorouders te vinden waren?
Iets uitzoeken voor een ander kan toch ook wel aantrekkelijk zijn. Niet alleen omdat het leuk werk is, maar ook omdat het financieel wel het een en ander oplevert. Zo zocht ik voor iemand in Oostzaan iets uit over zijn uit Enkhuizen en Den Helder afkomstig voorgeslacht. De niet geringe opbrengst daarvan gebruikte ik voor het aanschaffen van persoonskaarten (Sinkeldam), voor een NS-gezinstoerkaart (waarmee we o.a. naar Valkenburg gingen) en voor een stempeltje, dat we op de laatste dag dat we met de trein gingen kochten in Rotterdam, waar mijn zuster woont. Thuis vulde ik het kaartje dat er bij hoorde in en stuurde het op. Ongeveer een week later stond de stempel met de naam en het adres van Familiearchief Sinkeldam-Buschmann op mijn bureau. Ik had nog een paar correspondentiekaarten, voorzag ze van een afdruk van het pasgekochte stempeltje en zette er een datum op: 25 juli 1986. Die stuurde ik naar mijn familie en zo werd de oprichting van het Familiearchief een feit. Het kreeg helemaal een officieel tintje toen ik op 12 oktober van mijn zuster en zwager zelfgemaakt briefpapier kreeg.

Mevr. Boogman overleed op 8 november 2008. Na haar overlijden heb ik een In Memoriam geschreven, met daarin de dierbare herinneringen die ik aan haar heb. Ik zal haar nooit vergeten!
Vanaf maart 1989 verscheen dit blad, dat de naam De Schakel kreeg. Deze naam werd gekozen omdat het familiearchief een
schakel vormt tussen "toen" en "toekomst". Nieuwe vondsten vonden in het blad een plaats. De Schakel werd niet alleen door de naaste familie gelezen,
maar ook door enige mede-leden van de afdeling Zaanstreek-Waterland. Ook afdeling Koggenland ontvangt een exemplaar, terwijl vanaf januari 1992 ook The
Windmill (U.S.A.) op de lezerslijst stond.
In december 1990 bevatte het blad o.a. het artikel: De puntjes op de "u". Nadien is het onderwerp niet meer ter sprake gekomen.
Nadat ik in 1987 aan de hobby-tentoonstelling had deelgenomen, nam een van de organisatoren van de Open Dag, die jaarlijks op Hemelvaartsdag in de
Beemster wordt gehouden, contact met mij op over eventuele deelname aan dit gebeuren, waarna vijf jaren volgden waarin ik op de Open Dag present was. Ik
heb het altijd heel leuk gevonden! Telkens had ik een ander onderwerp: De stamboom (1988), Genealogie en het familiegeschiedenisboek (1989),
Beemsterlingen op zoek naar hun voorouders (1990), Gemeenschappelijke Afstamming (1991) en Voorouders in de Beemster (1992). Ook daarna heb ik nog
verschillende keren meegedaan, zoals in 2002 (zie de foto hiernaast). De laatste keer was in 2004, op dezelfde locatie. (Deze tekst heb ik geschreven
in 2005.)(Op hemelvaartsdag 2020 neem ik ook deel, nu waarschijnlijk echt voor de laatste keer! Nadere bijzonderheden volgen.)
0p het moment dat mijn broer René zijn vrouw leerde kennen wist hij niet dat ze heel ver aan elkaar verwant waren, dat bleek pas toen ik bij het onderzoek naar haar voorouders op de naam DE HAAS stuitte. De Cornelis de Haas in haar kwartierstaat bleek een broer te zijn van "onze" Jacob Fransz. de Haas, terwijl Neeltje Cornelisdr. Verburch een zuster was van "onze" Jannetje Cornelisdr. Verburgh. Er bestond dus een tweevoudige gemeenschappelijke afstamming! Dit resulteerde in het boek Gemeenschappelijke Afstamming, dat op Hemelvaartsdag 1991 (Open Dag Beemster) ten doop werd gehouden. In De Schakel van december 1990 werd een overzicht gepubliceerd waarop de gemeenschappelijke afstamming van Margot en René duidelijk naar voren komt.
Jarenlang had ik er al naar uitgekeken: het moment waarop ik mijn gegevens in een computer kon opslaan. Hoe zo'n ding precies werkte wist ik niet, maar ik was er wel van overtuigd dat het een handig hulpmiddel was. Er was slechts een probleem: hoe moest ik het geld bij elkaar krijgen? Ik was wel aan het sparen, maar met het tempo waarin dat gebeurde zou het wel erg lang gaan duren.
Een paar jaar geleden vroeg iemand mij tijdens een Open Dag of ik misschien interesse had voor het geven van een cursus genealogie in het Buurthuis te Zuidoostbeemster. Daar worden regelmatig cursussen georganiseerd, over allerlei onderwerpen, althans, als daarvoor voldoende belangstelling bestaat. Het leek me wel wat, maar ik hoorde er niets meer van. Toch bleek de betreffende het niet vergeten te zijn, want in de loop van 1990 nam ze contact met mij op. Ingaande 27 September 1990 mocht ik vijf keer om de twee weken een ochtend iets vertellen over genealogie. Omdat het aantal deelnemers aan de cursus tegenviel, viel ook de vergoeding voor mij wat lager uit. Aangezien ik tot dan toe veronderstelde dat ik alleen gratis koffie zou krijgen vond ik dat helemaal niet erg! Als je nergens op rekent valt het altijd mee. Enfin, langzamerhand kwam de computer in beeld.
Na een poosje eerst een computer te leen te hebben gehad was het op 11 september 1991 eindelijk zover. Die dag arriveerde mijn eigen eerste computer, uit Rotterdam. Sjaak legde uit hoe alles werkte en ik ging aan de slag. Het was een hele verandering. Waar ik voorheen dikwijls typte stond nu een computer. Het meest gebruikte ik de tekstverwerker en vanaf het begin al beviel het me uitstekend. Voorheen typte ik de kwartierstaten altijd uit. Werd er weer een nieuwe voorouder gevonden en moest er dus iets worden tussen gevoegd, dan zat er niets anders op dan de hele bladzijde, en soms meer dan alleen die bladzijde, over te typen. Met een tekstverwerker is tussenvoegen geen enkel probleem!
Een paar jaar later kocht ik zelf, in een winkel, een nieuwe computer: een Compaq Presario, met Windows-95. Toen al werd gezegd dat een nieuwe computer al weer gauw verouderd was. De harde schijf te klein en zo. Nou, dat zou op mij niet van toepassing zijn, want hij had 850 MB ruimte. En die is zo een-twee-drie niet vol ... dacht ik! Ik had nog nooit met Windows gewerkt en dat was wel even iets anders. Maar het lukte. Ik weet nog precies wanneer het was: 17 augustus 1996. En hij kostte ƒ 2499,-. En ik gebruik hem nog steeds, ook al heb ik nu een nieuwer model.
(Na de Compaq Presario kwamen er nog twee: een met Windows XP en de tot dusver laatste, voorzien van Windows 10.)
Bij de voorbereidingen voor de genealogie Sinkeldam van 1992 zijn er ook contacten geweest met Sinkeldammen in Amerika. Aangezien het nogal kostbaar schijnt te zijn geld per bank of per giro over te maken, hadden de betalingen (bestellingen) gewoon plaats per brief. Nog nooit tevoren had ik een dollarbiljet in mijn handen gehad!
(Tegenwoordig maak ik geen boekjes meer: alle nieuwe vondsten worden op mijn website vermeld.)
Het combineren van beide afzonderlijk begonnen kwartierstaten had een wijziging in de nummering tot gevolg. Met een genealogisch programma in de computer is aanpassing geen enkel probleem. Het gaat dan allemaal (bijna) vanzelf. De eerste kwartierstaat Sinkeldam-Buschmann werd echter gemaakt met een tekstverwerkingsprogramma, omdat ik dat al had voor ik over HAZADATA beschikte. Alle gegevens die ik tot dat moment had stonden er in. Er zouden nog vele aanvullingen volgen.
Een belangrijke vraag die mij toen bezighield was, of er tussen mijn man en mij ook sprake zou zijn van een gemeenschappelijke afstamming. Bestond er een relatie tussen "mijn" Engeltje van der Holst en "zijn" Jacob van der Holst? Daar zou ik toch achter moeten zien te komen. Tot op de huidige dag is er echter niets van een gemeenschappelijke afstamming gebleken. (Anno 2020 is dit nog steeds zo.)
In de eerste 25 jaar heb ik vele archieven bezocht, o.a. in Haarlem, Koog aan de Zaan, Alkmaar, Arnhem, Den Haag en natuurlijk Purmerend. En ik heb het allemaal keurig bijgehouden. Zo ging ik in 1993 voor het eerst naar Vlissingen. Ik was bezig met genealogisch onderzoek naar een Gijsbert Ratelband die daar geboren moest zijn. Ik zocht hem echter tevergeefs. Wel vond ik wat anders: de nazaten van Leendert Ratelband, waarmee ik een hele Zeeuwse tak kon construeren. Toen ik later dat jaar nogmaals naar Vlissingen ging had ik nog tijd over om Middelburg te bekijken. Een indrukwekkende stad, waar een paar uurtjes eigenlijk veel te kort zijn om alles te kunnen zien.
Moe maar voldaan stapte ik later weer in de trein. De thuisreis verliep voorspoedig: ik kwam weer met de trein in Purmerend aan precies op de tijd die ik (met mezelf) had afgesproken. Deze keer geen lekke band zoals een paar maanden daarvoor. De in het archief gemaakte aantekeningen kwamen een paar dagen later, per post. Die waren naast het leesapparaat blijven liggen!
In het jaar 2000 was het na een paar eerdere pogingen eindelijk zover: op internet verscheen de pagina HASIBU-2000. Ook onder de tweede naam Hanny.gewoonthuis.nl hebben vele belangstellenden een bezoek gebracht. Er was een nieuwe mogelijkheid ontstaan om aan genealogische gegevens te komen. Soms werd ik geattendeerd op een merkwaardigheid in de door mij gepubliceerde gegevens. Nader onderzoek wees dan uit dat ik een fout(je) had gemaakt. Die kon ik dan herstellen. Soms was het echter andersom. Hoe dan ook, bijna altijd waren anderen blij met de gegevens die ik ze op deze manier kon geven. Reacties op mijn website hadden ook tot gevolg dat ik opnieuw ging zoeken naar het voorgeslacht Van de Pavordt.
Begin maart 2019 ontving ik een e-mail met het bericht dat mijn abonnement op een domeinnaam voor mijn website (hanny.gewoonthuis.nl) niet zou worden voortgezet. Jammer, maar het is niet anders. Misschien tijd om bij een andere provider een nieuwe, wellicht andere domeinnaam te kiezen. Daar moet ik nog even over nadenken. (16 maart 2019)
Het laatste jaar heb ik, niet alleen vanwege problemen met de computer, niet zoveel meer aan genealogie gedaan. Daarentegen ben ik verschillende keren naar een museum, kasteel of dierentuin geweest. In het Eindejaarsboekje van 2004 schreef ik daar het een en ander over. Maar inmiddels heb ik de draad weer opgepakt.
Er liggen nu 25 jaar achter. Een periode waarin ik veel leuke contacten heb gekregen, in binnen- en buitenland (vooral sinds het op internet plaatsen van mijn website). Ik kan terugzien op een heel bijzondere periode. Op dit moment staat het onderzoek naar het geslacht Diepenbroek op de voorgrond, met daarnaast, op een gedeelde eerste plaats, het opnieuw uitprinten van mijn kwartierstaat. Eigenlijk had ik hem nu klaar willen hebben, maar telkens ontdek ik nog iets wat ik gemakkelijk kan aanvullen. Nog even naar een archief. En dan misschien nog een keer. Ach, ik ben al vijfentwintig jaar bezig. Dan kunnen die paar dagen of weken er toch ook nog wel bij?